Verhaalhalen.jouwweb.nl
Home » Schoonmoeders » Schoonmoederdoos

Schoonmoederdoos

 

Op diverse verhalensites viel mij de stijgende hoeveelheid schoonmoederverhalen op. Bekend is, dat ik schoonmoeders een warm hart toedraag. Menige lofzang heb ik op het Internet geplaatst, want ik prijs me gelukkig diverse ex-schoonmoeders te hebben gekend, het gevolg van een onoverzichtelijk liefdesleven. Het waren (toeval?) stuk voor stuk weerbarstige typen. Sterke vrouwen, die echter wel een gebruiksaanwijzing nodig hadden. Benaderen moest je hen ongeveer zoals waarop een explosief wordt beslopen door die jongens in Kevlar pantserpakken.

Ik herken in die schoonmoederverhalen de confrontaties van soms machteloze schoonzonen en schoondochters. Dat neemt natuurlijk niet weg dat er ook aardige schoonmoeders zijn. Mijn eigen moeder bijvoorbeeld was een lieve schoonmoeder. Zeven keer. De zeven vrouwen, die na mij beter konden, vonden haar trouwens een onaangenaam kreng.

Maar als u de "moeder van alle schoonmoeders" zou hebben ontmoet, dan zou u met ontzag stilvallen. De opgevoerde schoonmoeders vallen bij haar in het niet. Wie haar overleeft, kan daarna rampen doorstaan. Daarom, om u moreel te steunen en te sterken, stel ik u voor aan Trijntje. Zeg maar gerust Trijn. Fluisterend aangeduid als Stoomtrijntje. Ik kon er (letterlijk) niet omheen, toen ik een relatie had met haar dochter Wiesz . ("Ik heet Wies met 'es zet'," zoals mijn aanbedene zichzelf voorstelde). Trijn was een vrij kort vrouwtje, dat haar machtige drieëntachtig kilogrammen in een te kleine verpakking wist te proppen. Daar bovenop prijkte een hondenkop. Ik zou zeggen van een Sharpei; u weet wel met al die plooien en vouwen. Wiesz en ik hadden het voornemen te trouwen, maar er kwam helaas iets tussen: namelijk mijn schoonmoeder.

Toen ik met haar kennis maakte, gebeurde dat over de rand van een bovenmaats sherryglas heen, dat Trijn tussen ons inhieldx
Zij loerde afwisselend naar haar sterke drank en naar mij. Net alsof ze overdacht wat of wie zij het eerste naar binnen zou werken. Trijn haatte mij ogenblikkelijk en dat is ook nooit meer goed gekomen. De tijd, die ik samen met Wiesz heb doorgebracht, was alleen door te komen met behulp van mijn schoonmoederdoos. Voordat u onbetamelijke gedachten krijgt: in die tijd - ik ben inmiddels al een ouwe vent - was een doos nog een doos. Tegenwoordig is het een aanduiding, respectievelijk een scheldwoord voor een compleet vrouwmens of voor een specifiek onderdeel daarvan. Maar goed, de schoonmoederdoos dus:

Voorop moet ik stellen, dat het een onzichtbaar object is. Menigeen heeft verbaasd gezien hoe ik mij ontspannen en met een tevreden glimlach in gezelschap van Trijn kon ophouden. Tussen ons in meestal een tafel met daarop de onvermijdelijke fles sherry en een telkens leeg glas. Plus mijn schoonmoederdoos. Eigenlijk is dit een ontspanningsoefening, gebaseerd op het visualiseren van een soort hokje ter grootte van een schoenendoos. Het mag bestaan uit alle soorten materialen, dat doet er niet aan toe. De maat maakt ook niets uit, maar het formaat schoenendoos is handig voor deze oefening. Want zo’n doos kunt u in gedachten altijd op de eerste de beste tafel plaatsen. Het hele eieren eten is, dat u in die schoonmoederdoos een schorpioen hebt zitten. Die is net zo denkbeeldig als de doos zelf, anders wordt het zo'n gedoe. Mijn schorpioen is goed giftig en voorzien van een kloeke staartstekel. En ze heet Toos. Toos van de schoenendoos, ja... u zag hem al aankomen.

Ik heb Trijn jaren kunnen weerstaan door haar in gedachten in die doos te schuiven. Zodra ze haar lippen uit elkaar trok en haar gal spuugde, zag ik haar in gedachten de afmetingen aannemen, die geschikt waren om in mijn schoonmoederdoos plaats te nemen. Zoals u begrijpt, liep ze daar vroeg of laat, maar meestal vroeg Toos tegen het lijf. Ik zal u de details besparen, maar voor mijn geestesoog stoven de schubben en de haren in het rond. En ook Toos raakte wel eens een lid of zo kwijt.

Voordat je het weet ben je zo een uurtje verder. En heb je lijdzaam een lawine beledigingen en vernederingen over je heen laten gaan zonder ruzie in de tent.
Als het iets te lang duurde, deed ik Bertha erbij, een flink uit de kluiten gewassen Tarantula, zo'n Zuid-Amerikaanse vogelspin. Imaginair natuurlijk. Dat ging me wel aan mijn hart, want ik ben een dierenliefhebber en die confrontatie kostte Bertha af en toe een van haar vele ogen of een borstelige poot. Daar staat tegenover, dat ze met kleefspul een cocon van Trijn kon spinnen. Vervolgens placht Toos daar altijd een tijdje mee te voetballen, voordat ze haar stekel op haar dooie gemak in die cocon prikte. Zoals een matador een stier met zijn degen een genadestoot geeft.


 Het verlossende moment voor mij viel meestal samen met een zucht van verlichting, die wij allen slaakten als het eten werd opgediend. Weliswaar ratelde Trijn dan door met volle mond, maar dan verstond je er gelukkig niets van.


Na Trijn kwam de ene na de andere schoonmoeder; ik moet hard nadenken als ik mij de namen nog voor de geest wil halen. Maar het schoonmoederdoosje ging altijd met me mee. Trijn heb ik uit het oog verloren, maar ik heb vernomen, dat zij tegenwoordig als alternatief voor mijn schoonmoederdoos in een porseleinen as-urn woont. Die urn staat vast op de schoorsteenmantel bij Wiesz.

Naast een fles sherry...

commentaren op nederlands.nl

en op basic publishing