Verhaalhalen.jouwweb.nl
Home » Columns » Zondagschrijven voor dummies

Zondagsschrijven voor dummies

De hele club zat bij elkaar, de genomineerden voor de Libris Literatuurprijs 2015, die uiteindelijk door Adriaan van Dis werd gewonnen ["Ik kom terug"]. Een van de andere genomineerden was Gustaaf Peek, die in 2010 de BNG Nieuwe Literatuurprijs won ["Ik was Amerika"]. Beiden hebben – op verschillende tijdstippen – uitspraken gedaan, waar je als zondagsschrijver je voordeel mee kunt doen.

Misschien is zondagsschrijver voor mij nog een te groot woord. Op hobbyistisch niveau verhaaltjes neerkrabbelen, maakt je nog geen schrijver. Eigenlijk ben ik een krabbelaar, iemand die af en toe iets opschrijft als hij iets heeft te melden. Of dat denkt. Melden doen klokkenluiders ook, maar dan met veel misbaar wanneer ze ondeugdelijke zaken waarnemen. Met hun loopt het nooit goed af. Daarom leek mij het beschrijven van verwerpelijke toestanden een stuk veiliger dan de noodklok luiden. Dat blijkt een vergissing.

Zoals u weet heb ik welgeteld één trouwe lezeres, iemand die van onze belastingcenten werkt bij het OM. Als juridisch assistent of officier van justitie, dat is niet duidelijk. Deze gevoelige ziel had tijd, energie en mankracht over om mij te vervolgen wegens smaad en laster. Die enigszins bizarre actie, waarvoor zelfs een toprechercheur werd vrijgemaakt, heeft mij in één keer over mijn schrijversblok heen geholpen. Ik was namelijk wat ingesuft, maar uitgerekend haar ijverige vervolgingsdrift schudde me wakker.

Ondertussen vraag ik mij af of het wel goed is als je je laat intimideren door ridicule aanklachten. Op diverse schrijverssites posten mensen hun verhaaltjes, die vaak onmiskenbaar een weerslag zijn van hun herinneringen uit het leven. Als herinneringen die Truus niet aanstaan, moeten ze dan zomaar vanuit Justitie worden geschrapt? Op zo'n manier wordt er hevig geschud aan de grondvesten van onze samenleving.

Stel dat ze die boeken van Peek en Van Dis met net zulke wantrouwige ogen gaat lezen als die flutstukjes van mij. Peek mag dan wel uitkijken… hij beschrijft de wederwaardigheden van een Nederlandse nazi, die eigenlijk onder de radar is gebleven. Het verhaal karakteriseert hij als "gefictionaliseerde realiteit". Volgens de schrijver zou geen mens het historische verhaal geloven, terwijl dezelfde vertelling – gehuld in een jasje van fictie – klakkeloos wordt geaccepteerd. Interessant!

Van Dis dan: hij beschrijft hoe zijn moeder wordt geholpen deze aardkloot te verlaten. Ingrediënten voor een aanklacht wegens euthanasie. Maar neen, dat gebeurt niet, want Van Dis heeft het allemaal verzonnen. In een tv-interview legde hij uit (in mijn vrije interpretatie): "door fictie te gebruiken, kom ik beter bij de kern van het verhaal dat ik wil vertellen".

Allemachtig, daar had ik eerder aan moeten denken toen ik een kleine volksopstand veroorzaakte op een schrijverssite. 

Een paar jaar geleden heb ik zielige en rottige hondjes beschreven, die niet eens bestaan. Niettemin werden er ladingen boze bagger over me heen gestort. Ik kreeg de indruk, dat sommige reacties kwamen van mensen, die op de basisschool die les over "begrijpend lezen" hadden gemist. Hun opwinding verdient misschien meer respect dan ik kan opbrengen. Maar ik ben helemaal niet ontevreden met zulke overgekookte reacties, omdat zij het beste bewijs zijn, dàt je gelezen wordt. Ook al wordt er geen jota van begrepen door lieden, die hun veilige humorvrije zone eventjes hebben verlaten. De proportioneel overdadige belangstelling van Justitie plaats ik ook maar in dat kader.

Peek beschrijft in "Ik was Amerika" een authentieke figuur en Van Dis blijft daar niet bij achter in "Ik kom terug". Zij schrijven over ingrijpende gebeurtenissen rond imaginaire figuren. Het is het prerogatief van grote schrijvers, dat zij dat mogen doen zonder dat zij een proces aan hun broek krijgen. Een proces? Is dat niet overdreven? Jawel, maar in de logica die onze Truus aan de dag heeft gelegd, vermeldden deze heren ernstige overtredingen.

Vrijheid van meningsuiting werd weer eens opgepoetst, toen lang geleden volksschrijver Gerard Reve werd vervolgd voor zijn vergelijking van God met een ezel. Hij werd vrijgesproken. Dat – de vrijheid van meningsuiting – is een groot goed, dat we moeten blijven koesteren.

 

Ik denk, dat ik het nu door heb. Schrijven is één ding, het neerkrabbelen van verhaaltjes is een ander ding. Het eerste is een voortspruitsel van literaire geesten, het tweede kan worden gezien als serieuze notities en bekentenissen. Van zo'n kneus, die je wel eventjes te grazen mag nemen als zijn teksten je niet bevallen. Wat mij en u te doen staat is: gewoon doorgaan met onze dierbare herinneringen, respectievelijk waarnemingen noteren. Ook moeten we er eventjes voor zorgen dat we een literaire prijs in de wacht slepen. Vanaf dat moment zijn beschrijvingen van misstanden opeens literatuur en blijft strafrechtelijke vervolging uit.

De realiteit van alledag is, dat niemand Peeks nazi naar een authentieke persoon kan herleiden. En Van Dis heeft gezegd, dat het verhaal over het uitstappen uit het leven fictie is. Dat is voldoende. Als de betrokken romanfiguren authentiek blijken te zijn, doen die betreffende personen er wijs aan om dat niet kenbaar te maken. Voor mij is het tegelijkertijd wrang en amusant, dat er blijkbaar types in het echt rondlopen, die lijken op personages, die ik uit mijn dikke duim heb gezogen. Zichzelf herkennen, doen ze toch echt zelf en… zichzelf aan. Misplaatst beledigd doen, brengt eventjes een schokeffect teweeg. Maar tegelijkertijd concludeer ik uit de genoemde romans, dat je je maar beter niet kunt melden als je jezelf meent te herkennen. Wie zich in een verhaal – tot zijn eigen afgrijzen – als authentieke persoon meent terug te zien in een beschreven personage en dat niet aanstaat, heeft toch wel wat uit te leggen….

Een groot filosoof, die toevallig ook mijn loodgieter is, sprak ooit deze wijze woorden: ”Een beerput kan je beter ruiken zodra je het deksel een stukje oplicht…”

17-05-2015

 

kid-writing-1.jpg