Verhaalhalen.jouwweb.nl
Home » Columns » De Wegennachtmerrie

De Wegennachtmerrie

Deze week is de Wegenwacht jarig. Vijfenzestig jaar! Ik kan mij oprecht aansluiten in het grote koor van jubelende, dankbare klanten. Menig technisch ongemak werd onderweg gerepareerd door een behulpzame wegenwachter. Alle lof!

Een terugblik op mijn allereerste ervaring met de Wegenwacht brengt echter één nare herinnering naar boven. Ik heb daar negenendertig jaar over gezwegen, zo geïntimideerd was ik door die situatie:

Ik begaf mij in de zomer van 1972 in mijn oude Skoda van het centrum des lands naar Drachten.

Onderweg deed zich een bekend, maar kennelijk onoplosbaar euvel voor: de motor begon te koken. Vaak een probleem met de thermostaat, zo had ik inmiddels geleerd bij het gebruik van dit Spartaanse automerk. Het was voorbij Assen, een beetje noordwestelijk daarvan langs de N919 (meen ik), dat er zich een enigszins horrorachtig scenario ontrolde. Ik was er gelukkig in geslaagd mijn vehikel nog net op de parkeerplaats van een tankstation te krijgen.

Toen gebeurde het: Ik vroeg de pompbediende in dat flutplaatsje of ik de Wegenwacht mocht bellen.  Zoals u zich realiseert, waren er toen geen mobieltjes en praatpalen. Zelfs telefooncellen waren geen vanzelfsprekende attributen.

“O, dat doe ik wel even voor u,” bood de man behulpzaam aan.

Terwijl ik - als stille dank voor zijn vriendelijkheid -  wat overbodig snoepgoed kocht, hoorde ik hem op vertrouwelijke toon door de telefoon praten alsof het met een heel goede bekende was. Wat mij opviel was dat hij een wegenwachter direct aan de lijn had, wat iemand met pech onderweg nooit voor elkaar krijgt.

“Hij komt er zo aan” verklaarde de pompbediende.

“’t Is trouwens een heel kwaaie! Ik heb wel eens meegemaakt dat hij hier een paar dames op de parkeerplaats hielp, leden van de ANWB, die hem geen fooi gaven. Die dachten ‘we zijn lid en dan hoef je niets te betalen’. Die kwamen dus van een koude kermis thuis."

“Dat hadden ze toch goed,” reageerde ik geschrokken.

“Officieel wel, maar als je deze man geen tip geeft, dan bezuur je dat meteen… Waar die dames bij stonden, trok hij zo een net gerepareerde kabel weer los. En toen stonden ze weer hulpeloos stil..."

Na dit gruwelverhaal ontfutselde ik de pompbediende wat “een tip” dan voorstelde. Dat bleek vijf gulden te zijn. Als ik me niet vergis, kon je daar toentertijd acht tot tien liter benzine van kopen. Dus vergelijk dat bedrag nou eens met wat je nu voor acht tot tien liter betaalt in het Eurotijdperk. Dat is niet mis.

De wegenwachter, toen nog gekleed in zo’n operette-uniform in veldgroen plus slappe pet, demonteerde inderdaad de thermostaat in een vloek en een zucht. Altijd een probaat middel. Het obligate advies meteen: zo gauw mogelijk in de garage de koppakking laten vervangen. Maar ik kon in ieder geval weer op pad, als ik een matige snelheid aanhield.

 

Denkend aan het gruwelverhaal, vroeg ik me af wat er zou gebeuren als ik wegreed zonder te betalen. De motorkap was gesloten, dus hij kon geen kabeltje lostrekken. Mijn lidmaatschapskaart van de Wegenwacht had ik - na deze te hebben getoond - al van hem teruggekregen, dus ogenschijnlijk was er niets dat mij tegenhield.

Ik wilde de wegenwachter sowieso bedanken, maar deze was het pompstation binnengelopen en bleek verwikkeld te zijn in een geanimeerd gesprek met de pompbediende.

Leunend op de toonbank genoot hij zichtbaar van een beker koffie. Ik ging naast hem staan en schoof onopvallend een briefje van vijf gulden naar hem toe. Na een snelle blik erop te hebben geworpen, moffelde hij dat in zijn broekzak. Vervolgens kwam zijn hand er weer uit met... de uit mijn auto gedemonteerde thermostaat.

"Die moet u - als de motor is nagekeken in de garage - er weer in laten zetten," legde hij monter uit.

Zo, dat had ik dus niet in de gaten gehad. Ik was bijna mijn thermostaat kwijt geweest, als ik niet had betaald. En heb ik het goed gezien? Ik zou toch durven zweren dat de wegenwachter een zilveren gulden over de toonbank naar de pompbediende schoof. Hij kan natuurlijk altijd zeggen dat het voor de koffie was, maar hun lichaamstaal, de knipoogjes over en weer en het gegniffel doen vermoeden, dat ze het op een akkoordje hadden gegooid. 

De pompbediende belde vaste prik zijn maat op als er iemand met pech stond. In afwachting van de komst van de wegenwachter bedreigde hij het slachtoffer in bedekte bewoordingen. Die pechvogel betaalt - geschrokken - de wegenwachter en die deelt vervolgens de buit met de tipgever, de pompbediende.

Ik kon weer rijden, maar ik heb heel lang een onveilig gevoel overgehouden, iedere keer als ik weer met de Wegenwacht had te maken. In die dagen was ik bepaald niet zo assertief, maar ik vond dat de Wegenwacht dit toch wel moest weten. Ofschoon ik niet graag klaagde, belde ik naar het hoofdkantoor van de ANWB om dit vreemde voorval te melden. Het zal tegenwoordig vast professioneler gaan, maar in die dagen verliep de procedure een beetje provisorisch. Ik heb geen idee wat voor sous-chef of chef of helemaal geen chef ik uiteindelijk aan de lijn kreeg. In ieder geval iemand die belangstellend luisterde en zei "dat hij er werk van zou maken".

Nooit wat van gehoord en naar ik begrepen heb, doolde deze enge wegenwachter nog jaren rond tussen Assen en Drachten, waarbij zijn werkwijze onveranderd bleef. Hij zal nu - 39 jaar na dit incident  - wel van een welverdiend pensioen genieten. Na een leven "hard te hebben gewerkt", zoals dat altijd heet...

Gefeliciteerd Wegenwacht!

01-05-2011